SYSTEEMVERANDERING opruimen is belangrijker dan bouwen

Systeemverandering: opruimen is belangrijker dan bouwen

Echte systeemverandering begint niet met bouwen, maar met afleren. Over hardnekkige onderliggende patronen, het oude loslaten en waarom veranderen zo pijn doet.

Systeemverandering begint niet met een plan, maar met afscheid

Ik zit tegenover Dafir Kramer in Rotterdam. Twee Rotterdammers, twee adviseurs, twee docenten. We delen veel referenties, spreken dezelfde taal en bewegen ons in hetzelfde vakgebied van strategie en verandering. Dit gesprek gaat niet over wie er gelijk heeft, maar over verdieping van de uitdagingen bij verandering. Over elkaar bevragen. Over aannames toetsen en scherper maken.

Juist omdat we het in de kern vaak eens zijn, ontstaat er ruimte om verder te kijken. Om niet te blijven hangen in bekende modellen of vertrouwde oplossingen, maar te onderzoeken waar verandertrajecten in de praktijk echt vastlopen. En vrijwel direct komen we uit bij een ongemakkelijke constatering: in systeemverandering zijn we bijzonder goed geworden in bouwen, maar opvallend slecht in opruimen.

Nieuwe structuren, nieuwe plannen, nieuwe woorden, nieuwe programma’s. Elk verandertraject begint met energie, ambities en toekomstbeelden. Maar wat zelden expliciet wordt gemaakt, is wat er eerst moet verdwijnen. Welke routines, overtuigingen en zekerheden hun houdbaarheidsdatum hebben overschreden. Terwijl juist daar de sleutel ligt.

Dit gesprek laat zien waarom systeemverandering zelden strandt op gebrek aan visie, maar bijna altijd op wat organisaties niet durven loslaten.


Richting zonder beweging, beweging zonder richting

Zodra je accepteert dat opruimen belangrijker is dan bouwen, verandert ook je kijk op strategie. Strategie gaat dan niet alleen meer over richting bepalen, maar over het onder ogen zien van consequenties. Over erkennen dat een nieuwe koers betekent dat niet alles mee kan.

En precies daar begint het vaak te wringen in organisaties.

Dafir schetst een herkenbaar patroon. Strategie en verandering worden behandeld als twee gescheiden disciplines. Strategie gaat over richting, veranderkunde over beweging. In theorie logisch. In de praktijk problematisch. Want organisaties met een scherpe strategie klagen dat er niets gebeurt. En organisaties die volop in beweging zijn, missen geregeld richting en samenhang.

Richting zonder beweging blijft vrijblijvend. Beweging zonder richting wordt vermoeiend. Maar zelfs wanneer organisaties strategie en verandering bewust proberen te verbinden, gaat het vaak alsnog mis. Niet omdat mensen het niet begrijpen of niet willen, maar omdat het systeem waarin zij werken intact blijft.

Systeemverandering vraagt meer dan het formuleren van een nieuw verhaal. Het vraagt het durven erkennen van wat het bestaande systeem blijft voortbrengen, zelfs als de richting officieel veranderd is.


Gedrag is geen individueel probleem, maar een systeemproduct

Wanneer strategie en verandering onvoldoende resultaat opleveren, verschuift de blik bijna automatisch naar mensen. Naar leiderschap. Naar gedrag. Dat is begrijpelijk. Gedrag is zichtbaar. Bespreekbaar. Meetbaar. En dus organiseren we leiderschapsprogramma’s, cultuurtrajecten en vaardigheidstrainingen.

Maar hier raakt Dafir aan een fundamentele misvatting die veel systeemverandering ondermijnt. We behandelen gedragsproblemen alsof ze voortkomen uit individuele tekortkomingen, terwijl ze in werkelijkheid het logische gevolg zijn van het bestaande systeem.

Leiders leren feedback geven in trainingen, oefenen met vertrouwen en empowerment, en laten daar ook zien dat ze het kunnen. Maar eenmaal terug in de organisatie keert het oude gedrag terug. Niet uit onwil of onkunde, maar omdat het systeem dat gedrag blijft uitlokken en belonen.

Gedrag is zelden het probleem. Het is het product van patronen, structuren en impliciete regels. Zolang die niet veranderen, blijft ander gedrag vragen een ongelijke strijd.


Fragment: “Gedrag kun je beter verklaren vanuit patronen dan vanuit personen.”


Systeemverandering vraagt systeemdiagnose

Wie serieus werk wil maken van systeemverandering, moet stoppen met het ‘repareren’ van mensen en beginnen met het doorgronden van hardnekkige onderliggende patronen. Dat vraagt een andere manier van kijken. Niet naar intenties, maar juist naar effecten. Niet naar wat mensen zeggen te willen, maar naar wat het systeem feitelijk voortbrengt.

Dafir gebruikt eenvoudige, maar veelzeggende vragen om die patronen zichtbaar te maken. Waar hebben jullie hier last van? Waar willen jullie vanaf? Wanneer ben je in deze organisatie succesvol?

In de antwoorden op die vragen wordt zichtbaar hoe het systeem werkelijk werkt. Als resultaatgerichtheid voortdurend als belangrijk wordt benoemd, maar uiteindelijk juist inspanning wordt beloond, ontstaat een ander gedrag dan gewenst. Als samenwerking wordt geprezen, maar individuele prestaties bepalend zijn voor status en carrière, is het onderliggende patroon kristalhelder.

Veel verandertrajecten stranden niet op analyse, maar op consequentie. Patronen worden benoemd, maar niet doorbroken. Er wordt gesproken over verandering, terwijl het systeem intact blijft.


Waarom opruimen zo moeilijk is

Hier raakt ons gesprek aan een diepere laag van systeemverandering. Veranderen faalt zelden omdat mensen het nieuwe niet begrijpen, maar omdat het oude te veel betekenis heeft om zomaar even los te laten.

Systemen hebben, net als het immuunsysteem van mensen, een sterk zelfherstellend vermogen. Oude routines, structuren en overtuigingen bieden houvast en veiligheid, zelfs als ze niet meer effectief zijn. Daarom zien we zo vaak dat organisaties nieuwe elementen toevoegen, terwijl het oude ongemoeid blijft.

Nieuwe IT-systemen draaien naast oude. Nieuwe werkwijzen bestaan naast oude beoordelingscriteria. Nieuwe verhalen over vertrouwen gaan gepaard met aangescherpte controlemechanismen. Het systeem lijkt te veranderen, maar herstelt zichzelf ondertussen.

Afleren is geen rationeel proces. Het is een emotioneel proces. Het vraagt om afscheid te durven nemen van wat ooit werkte. Van rollen, status, routines en identiteiten die mensen zekerheid gaven. Zolang dat verlies niet wordt erkend, blijft het oude terugkeren, vaak vermomd in de vorm van weerstand.


Willen of moeten: de eerlijke vraag

Een van de meest confronterende momenten in het gesprek ontstaat wanneer Dafir een ogenschijnlijk simpele vraag stelt: waarom zou je eigenlijk veranderen? Wat gaat het jou uiteindelijk opleveren?

Veel strategieën ontstaan niet uit noodzaak of diep verlangen, maar uit het idee dat het anders moet. Innovatie als ritueel. Strategie als legitimatie. Maar echte systeemverandering vraagt meer. Ze vraagt een noodzaak die niet te ontwijken is, of een verlangen waarvoor mensen bereid zijn pijn te verdragen.

Die bereidheid wordt vaak overschat. Mensen zeggen dat ze willen veranderen, maar zijn niet altijd bereid de consequenties te dragen. En juist daar stokt het proces.


Fragment: “Veranderen is niet leuk. Als je het echt wilt, lach je niet.”


Afleren is spannender dan aanleren

Misschien wel het meest fundamentele inzicht uit dit gesprek is dat mensen uitzonderlijk goed zijn in leren, maar slecht in afleren. Organisaties net zo. Aanleren voelt als vooruitgang. Afleren voelt als verlies. Daarom zit de echte spanning in systeemverandering niet in het onbekende nieuwe, maar in het bekende oude dat zijn geldigheid verliest.

Dat geldt niet alleen voor processen en structuren, maar ook voor mensen. Soms zijn mensen an sich niet ‘verkeerd’, maar wel op de verkeerde plek terechtgekomen in een systeem dat fundamenteel verandert. Dat is pijnlijk, maar onvermijdelijk als je serieus werk wilt maken van verandering op systeemniveau.


Van verbeteren naar transformatie

Niet elke verandering is systeemverandering. Dat onderscheid is essentieel, maar wordt in de praktijk vaak onvoldoende scherp gemaakt. In het gesprek maakt Dafir een driedeling die helpt om orde te scheppen in de veelheid aan veranderinitiatieven die organisaties kennen.

De eerste vorm is verbeteren. Hierbij blijft het systeem in essentie hetzelfde. De structuur verandert niet, de onderliggende aannames blijven intact. Het gaat om slimmer, efficiënter, consistenter werken binnen bestaande kaders. Veel verbeterprogramma’s vallen in deze categorie. Lean is daar een bekend voorbeeld van. Mensen hoeven in dit type verandering weinig af te leren. Ze worden vooral beter in wat ze al deden. Dat verklaart ook waarom verbeteren vaak relatief soepel verloopt en weinig weerstand oproept. Het systeem hoeft zichzelf niet opnieuw uit te vinden.

De tweede vorm is veranderen in engere zin. Dan beweegt een organisatie van het ene bekende systeem naar een ander bekend systeem. Van papier naar digitaal. Van centralisatie naar decentralisatie. Van een oude naar een nieuwe structuur. De bestemming is duidelijk. Er is een A en een B. Dit type verandering laat zich plannen en managen. Mensen moeten leren werken in het nieuwe systeem, maar weten waar ze naartoe gaan. Tegelijkertijd vraagt dit al meer afleren dan verbeteren. Oude routines verliezen hun geldigheid, en dat brengt spanning met zich mee. Maar omdat het nieuwe systeem herkenbaar is, blijft de onzekerheid begrensd.

De derde vorm is transformatie. En daar verandert het spel fundamenteel. Bij transformatie heeft het oude systeem zijn geldigheid verloren, maar is het nieuwe nog niet helder. De organisatie beweegt van A naar iets dat nog onbekend is. Dat maakt plannen onmogelijk. Er is geen blauwdruk. Geen eindplaatje dat vooraf vastligt. Wat resteert is experimenteren, leren en onderweg betekenis geven aan wat werkt en wat niet.

Juist hier ontstaat vaak verwarring. Organisaties behandelen transformatie alsof het een verbetertraject is, of proberen het te managen als een klassieke implementatie. Daarmee wordt de onzekerheid ontkend die inherent is aan dit type verandering. En die ontkenning wreekt zich. Mensen voelen dat de grond onder hun voeten beweegt, maar krijgen taal en structuur aangereikt die doen alsof alles beheersbaar is.

Systeemverandering bevindt zich vooral in dit derde domein. En dat vraagt een ander soort leiderschap. Leiderschap dat het ongemak niet wegorganiseert, maar erkent. Dat ruimte maakt voor experimenten zonder vooraf te weten wat ze opleveren. En dat accepteert dat wat voor de één een verbetering is, voor de ander kan voelen als een radicale breuk.

Want ook dat is een belangrijk inzicht uit het gesprek: de orde van verandering is niet objectief. Wat voor een directieteam een overzichtelijke stap lijkt, kan voor mensen op de werkvloer voelen als een existentiële verschuiving. Wie systeemverandering serieus neemt, kan dat perspectiefverschil niet negeren.


Fragment: “De weerstand zit niet in het nieuwe, maar in het afscheid van het oude.”


Veranderen begint met een gedeeld verhaal

Aan het einde van het gesprek komt alles samen. Systeemverandering is in essentie een narratief proces. Mensen handelen niet naar plannen, maar naar verhalen die zij als waar ervaren. Niet omdat die verhalen objectief kloppen, maar omdat ze betekenis geven aan wat mensen doen, laten en verdragen.

Dafir gebruikt in het gesprek een ogenschijnlijk eenvoudig voorbeeld om dat duidelijk te maken: Sinterklaas bestaat echt. Niet omdat hij biologisch aantoonbaar is, maar omdat er een Sinterklaasjournaal is, een intocht, cadeautjes, liedjes en kinderen die hun schoen zetten. Het verhaal wordt zo consequent verteld en geleefd dat het echte gevolgen heeft. Kinderen gedragen zich ernaar. Ouders handelen ernaar. Het verhaal is waar in zijn consequenties.

Zo werkt het ook in organisaties. Of een strategie ‘waar’ is, is minder relevant dan de vraag of mensen erin geloven en ernaar handelen. Een gedeeld verhaal maakt gedrag logisch. Het geeft houvast in onzekerheid en richting in beweging. Zonder zo’n verhaal blijven interventies los zand, hoe doordacht ze ook zijn.

Maar hier zit meteen de crux. Een verhaal werkt alleen als het eerlijk is. Als het erkent dat verandering niet alleen belofte is, maar ook verlies. Dat het eerst slechter kan gaan voordat het beter wordt. Dat routines verdwijnen, zekerheden wegvallen en dat niet iedereen mee kan of mee wil. Verhalen die alleen de zonnige kant van verandering belichten, worden zelden geloofd.

Systeemverandering vraagt daarom geen mooier verhaal, maar een waarachtiger verhaal. Een verhaal dat mensen niet verleidt om mee te doen, maar uitnodigt om het ongemak aan te gaan dat bij echte verandering hoort.


Fragment: “Als mensen iets als waar ervaren, wordt het waar in zijn consequenties.”


Slotwoord over systeemverandering

Wat ik meeneem uit dit gesprek met Dafir Kramer, is geen nieuw model en geen stappenplan. Het is een verdiepend inzicht: systeemverandering begint niet met bouwen, maar met opruimen. Met afleren. Met afscheid nemen.

Zolang we systeemverandering blijven framen als iets wat we toevoegen, blijven we teleurgesteld. Pas wanneer we durven kijken naar wat we moeten loslaten, ontstaat er ruimte voor iets nieuws.

Bekijk hier het gehele podcast interview met Dafir Kramer.


Op zoek naar meer inspiratie over systeemverandering?

Sta je aan de vooravond of zit je zelf midden in een systeemverandering? In mijn keynotes en workshops help ik leiders te bewegen zonder zichzelf te verliezen.
👉 Raak geïnspireerd door mijn lezingen leiderschap bij verandering, keynotes over innovatie of workshops omgaan met verandering.
👉 Lees hier meer over hoe ik werk aan het vergroten van veranderkracht in teams.

Ook interessant:

Leiderschap onder druk